Hans Goote mag dan 85 jaar zijn, hij bruist van enthousiasme en levendigheid. Een man die niet alleen praat over een betere wereld, maar zich daar nog steeds iedere dag actief voor inzet.

“Ik heb Wilde Ganzen opgenomen in mijn testament, net als een paar andere goede doelen. Maar ook nu geef ik al veel van mijn geld weg, want ik ben van het delen. Als je tien jaar in Algerije en Kameroen hebt gewerkt, dan zie je het effect van ontwikkelingshulp. Zelf heb ik in Wageningen gestudeerd en was ik werkzaam als tuinbouwkundige en leraar in het middelbaar tuinbouwonderwijs. In mijn werk heb ik aandacht kunnen besteden aan de teelt van groenten en fruit in de Tropen. Een onderwerp dat nog vaak te weinig aandacht krijgt in het onderwijs, ook hier in Nederland.

Als je tien jaar in Algerije en Kameroen hebt gewerkt, dan zie je het effect van ontwikkelingshulp.

— Hans Goote

Ik vind het belangrijk dat mensen in ontwikkelingslanden geholpen worden, maar het moet wel effect hebben voor de mensen in de dorpen. Je kan als buitenstaander een project opzetten, maar de boel moet niet instorten als je weer vertrekt. Zelf heb ik daarom altijd gewerkt met plaatselijke organisaties die direct contact hebben met de dorpsbewoners. Dat is ook de reden dat ik graag aan Wilde Ganzen geef, want zij steunen projecten waarbij het initiatief van de mensen zelf komt. Wij geven ze een duwtje in de rug. Maar wat ik daarbij tevens heel belangrijk vind: dat duwtje moet niet alleen voor de mensen van het project zelf zijn, maar voor de héle regio. Zo wordt het effect van de hulp een stuk groter.

Zelf heb ik altijd gewerkt met plaatselijke organisaties die direct contact hebben met de dorpsbewoners. Dat is ook de reden dat ik graag aan Wilde Ganzen geef.

— Hans Goote

Delen is daarbij dus ontzettend belangrijk. En door samen te werken kun je elkaar verrijken. Het is jammer dat in veel landen er nog zoveel verdeeldheid heerst. De sleutel ligt in samenwerking, tussen bevolkingsgroepen en tussen rijk en arm. Ik wens dat de projecten van Wilde Ganzen het goede in de mens mag aanmoedigen, om zo elkaar op te bouwen en kansen te gunnen.”