Bangladesh VK 249 ©Mike Roelofs

Zo schrijf je een projectverhaal

Om je achterban op een aansprekende manier te vertellen waar jullie mee bezig zijn heb je een verhaal nodig. Een verhaal dat inspireert, blijft hangen en tot actie aanzet. Dat kan bijvoorbeeld met de ‘Held, droom, context’-techniek. En nog meer schrijftips!

Met de ‘Held, droom, context’-techniek vertel je een persoonlijk verhaal (over de held), waarin je aandacht geeft aan het grotere geheel (de context) en kunt inspireren en verrassen (de droom).

Held

Mensen houden van persoonlijke verhalen; ze kunnen zich ermee identificeren. Mensen houden nog meer van persoonlijke heldenverhalen. Want helden zijn zowel menselijk en gewoon als bijzonder en inspirerend. Door over een actieve held te vertellen betrek je mensen dus automatisch bij jullie initiatief. En: een held met wie je je als schrijver én lezer kunt identificeren zal niet zo snel op een eenzijdige manier worden weggezet (als arm, hulpeloos, of juist het tegenovergestelde zoals Superman). Het is belangrijk om de held als een actieve persoon te beschrijven die door zijn of haar inzet iets voor elkaar krijgt.

Droom

De droom van de held is zijn persoonlijke vertaling van de verandering, resultaten en impact waar het project op gericht is en waar de held een bijdrage aan levert. De ideale situatie dus, in de ogen van de held.

Context

De context staat vaak in contrast met de droom. Want de externe omstandigheden, de plek of het land zorgen ervoor dat de droom niet vanzelfsprekend is. Dit contrast is waarschijnlijk de reden dat het project is opgezet! Het is een belangrijk onderdeel in dit verhaal. Hier kun je jullie achterban duidelijk maken hoe complex armoedebestrijding is. Belangrijk hierbij is om jezelf steeds de vraag te stellen: waarom? Waarom is er overlast van jongeren? Omdat ze zich niet goed kunnen ontwikkelen in het dorp. Hoe komt dat? Niet alle ouders kunnen het schoolgeld betalen en de scholen bieden weinig aansluiting op beroepsopleidingen.

De hoofdpersoon als verteller

Het verhaal wordt nog sterker als de hoofdpersoon (de held) het verhaal zelf vertelt. Dat is meteen een uitgelezen kans om je partner of de doelgroep aan het woord te laten. Zo leert je achterban de hoofdpersonen van het project persoonlijk kennen. Het is mooi om iets meer te vertellen over zijn of haar achtergrond. Hoe is hij of zij opgegroeid, welke lessen heeft hij geleerd en vooral: hoe is zijn droom ontstaan?

Soms is het moeilijk om de hoofdpersonen zelf aan het woord te laten en vertel jij een gedeelte van hun verhaal. Dan is het handig om quotes te gebruiken van je hoofdpersoon.

Jij als verteller: show, not tell

Als je over een ander schrijft, kun je het beste zo feitelijk mogelijk beschrijven wat je ziet, hoort of wat je verteld is, in plaats van zelf te interpreteren. Op die manier doe je een ander het meeste recht. Show, not tell, wordt dat genoemd.

Een voorbeeld:
‘Zij zag er traditioneel Marokkaans uit’, is een interpretatie/oordeel, in dit geval over iemands kleding. Je kunt ook schrijven: ‘Ze had een lange nachtblauwe djellaba aan, die tot aan haar enkels reikte. Haar blote voeten waren kunstig versierd met hennapatronen en in twee leren sandalen gestoken. Als ze bewoog, rinkelden de zilveren armbanden om haar pols. Haar donkerbruine ogen waren met kohl omrand en ze had een tatoeage tussen haar wenkbrauwen. Haar haren droeg ze in een losse crèmekleurige hoofddoek.’

Zo laat je niet alleen de interpretatie van de kleding aan de lezer over, de persoon over wie je vertelt gaat ook veel meer leven. Bij de eerste beschrijving weet je niet precies wat je je moet voorstellen, bij de tweede beschrijving zie je de dame in kwestie al voor je. Goed schrijven is dan ook: open en onbevangen observeren. Al je ideeën en oordelen even opzij schuiven en terug naar feitelijkheden en zintuiglijke waarnemingen: wat zie je, hoor je, ruik je, voel je? Op deze manier heb je de meeste kans dat iemand zich herkent in wat je over hem of haar geschreven hebt.

Als je op deze manier schrijft, vermijd je bovendien stereotypen. Laat het verhaal ook lezen aan de hoofdpersoon of je partnerorganisatie voordat je het verhaal plaatst, zodat zij kunnen aangeven of ze zichzelf herkennen in het verhaal. Vraag of ze met naam en toenaam genoemd mogen/willen worden. Zo niet, dan kun je een gefingeerde naam gebruiken.

Meer schrijftips!

  • Maak je verhaal niet te lang. Ongeveer 300 woorden is een mooi streven, je tekst wordt er puntiger van.
  • Vraag je af waarom je schrijft en wat je met je verhaal wil overbrengen.
  • Begin met een (persoonlijke) gebeurtenis of anekdote, of een emotie, van waaruit je verder kunt naar het verhaal dat je wil vertellen. Je kunt ook met een sfeerbeschrijving beginnen, bijvoorbeeld van een plaats. Of met een pakkende quote.
  • Schrijf zoveel mogelijk in de actieve vorm. Dit mag de tegenwoordige en verleden tijd zijn, als het maar geen passief taalgebruik is.
  • Onthoud dat je verhaal emotie moet oproepen: als de lezer geëmotioneerd raakt, leest hij door. Dat kan irritatie zijn, maar ook verwondering, ontroering of afkeer. Een emotie oproepen lukt overigens het best als je zelf ook vanuit een emotie schrijft. Als het onderwerp je niks doet, is dat lastiger.
  • Een goed einde is belangrijk. Dat kan een conclusie zijn of een mooi beeld waarmee je de lezer wilt achterlaten.
  • De lezer weet vaak niets of weinig van het onderwerp waar je over schrijft, wees je daar bewust van. Soms moet je zaken dus toelichten.
  • Denk aan de spanningsboog van de lezer: je verhaal kan het beste klein beginnen, daarna pak je uit, je maakt duidelijk waar je met je verhaal heen wil en rondt weer af. Dat kan ook op een dramatische manier, maar het einde van het verhaal moet wel voelbaar zijn.

Leuke links

– Projectverhaal klaar? Stuur het in voor de Partin-verhalenwedstrijd op KleineGoedeDoelen.nl. Zie je meteen of het werkt. Je vindt er ook veel mooie voorbeelden van andere wereldverhalen.

– Fotografen Pauline en Wim Opmeer geven op hun site Opmeer Reports, een digitaal magazine uit boordevol inspirerende verhalen over ontwikkelingsprojecten en mensen die zij tijdens hun reizen bezoeken.