Wilde Ganzen hecht veel waarde aan het betrekken van het Nederlandse en Belgische publiek bij ontwikkelingssamenwerking. We vinden wereldburgerschap belangrijk. Juist particuliere ontwikkelingsinitiatieven (POI’s) zijn als geen ander in staat om burgers te betrekken bij het werk van hun partner met verhalen, acties en media-aandacht. Toch houden steeds minder POI’s in Nederland zich bezig met wereldburgerschap, blijkt uit nieuw Europees onderzoek van de Radboud Universiteit. Franse en Vlaamse organisaties hechten juist veel waarde aan contact met het publiek. “Voor de toekomst van ontwikkelingssamenwerking kan dit grote gevolgen hebben”, zegt de onderzoekster Lonneke Jansen.

“Uit de eerste conclusies van dit onderzoek blijkt dat Franse en Vlaamse POI’s veel meer gemotiveerd zijn om bij te dragen aan wereldburgerschap door publieksactiviteiten te organiseren dan Nederlandse POI’s”, vertelt Lonneke Jansen. Zij heeft als onderzoeker aan de Radboud Universiteit Nijmegen samen met Sara Kinsbergen en Zunera Rana de resultaten opgehaald. “Tegelijk zien we dat Nederlandse initiatieven steeds minder actief zijn geworden in de publieke sfeer. Dat is belangrijk om te weten, want als je mensen bewust wilt maken van het belang van ontwikkelingssamenwerking en mensen aan wilt zetten tot actie, dan is zichtbaarheid en het vertellen van verhalen erg belangrijk.”

Download het hele verslag

Nederlandstalig

Bekijk de samenvatting

Engelstalig

Wereldburgerschap

Bij Wilde Ganzen is het bevorderen van wereldburgerschap een van de speerpunten. Daarbij draait het om wereldwijde solidariteit en rechtvaardigheid.

“Het verschilt per type publieksactiviteit of de Vlamingen, Fransen of Nederlanders actiever zijn in het belichten van onderwerpen als wereldwijde solidariteit en rechtvaardigheid”, licht Jansen toe. “Vlamingen organiseren bijvoorbeeld meer inzamelingsacties en staan vaker met infostands op markten, terwijl de Fransen vaker gastlessen geven en debatten organiseren. Nederlanders organiseren voornamelijk voorlichtingsbijeenkomsten over het werk van hun organisatie en zij brengen hun boodschap vaker over via ‘indirecte’ interactie: via hun website of nieuwsbrief. Daarnaast zit er een belangrijk verschil tussen de landen in de reden dat initiatieven de interactie met het publiek aan gaan. Leden van Franse en Vlaamse initiatieven zien bijdragen aan wereldburgerschap echt als een ‘core task’ van het POI, terwijl Nederlandse initiatieven vooral gericht zijn op fondsenwerving middels activiteiten.”

Minder overheidssteun en meer regelgeving

Uit het onderzoek ‘Citizen Intitiatives for Global Solidarity in Europe’ komt naar voren dat een belangrijke oorzaak van de verschillen ligt in overheidssteun op het gebied van wereldburgerschap. “In Nederland is deze steun de afgelopen tien jaar zowat helemaal afgebouwd”, legt Jansen uit. “Daarnaast is de regelgeving voor POI’s in ons land steeds strenger geworden. De druk op particuliere initiatieven in Nederland om zich te professionaliseren is groot. Je kunt als kleine organisatie bijna niks zonder registratie bij de Kamer van Koophandel en een ANBI-status. Gevolg is dat je een meerjarig beleidsplan moet opstellen en een jaarverslag moet maken. Nederlandse POI’ers voelen zich vaak ontmoedigd door de weinige steun die ze ontvangen en de strenge regels waar ze zich aan moeten houden. We zien dat deze initiatieven steeds vaker geld ophalen bij vermogensfondsen en bedrijven. Die eisen over het algemeen niet dat POI’s publieksactiviteiten moeten organiseren. Dit in tegenstelling tot medefinancieringsorganisaties en de overheid vroeger. Wij denken dat POI’s daarom minder actief zijn geworden op het gebied van wereldburgerschap.”

Andere aanpak in Frankrijk en Vlaanderen

In Frankrijk en Vlaanderen is minder strenge regelgeving. Je kunt hier een initiatief beginnen zonder dat je je in eerste instantie hoeft te registeren. “In Vlaanderen kun je opereren als een feitelijke vereniging, daar is geen registratie voor nodig”, legt Jansen uit. “Er zijn geen kosten aan verbonden en dus ook geen papierwerk. Daarnaast is de Franse en Vlaamse overheid veel actiever op het gebied van wereldburgerschap en heb je meer kans op een overheidsbijdrage.” Minder regels en meer geld dus.

Aantal nieuwe POI’s in Nederland daalt

Die vriendelijkere omgeving voor kleine initiatieven zorgt er vermoedelijk voor dat in Frankrijk en Vlaanderen het aantal organisaties dat zich bezighoudt met ontwikkelingssamenwerking aan het groeien is, terwijl in Nederland het aantal nieuwe POI’s daalt. Jansen: “Wij denken inderdaad dat dit komt door de hogere drempel in ons land.” Het beleid in Nederland zorgt er tevens voor dat POI’s in ons land veel meer op eigen eilandjes bezig zijn met het steunen van projecten, terwijl mensen in Vlaanderen meer samenwerken met bijvoorbeeld ngo’s. “Als je met een Vlaamse POI spreekt, krijgt je veel meer een activistisch gevoel dan als je dat gesprek hier in ons land voert.”

Verhalen delen voor meer betrokkenheid

Minder nieuwe POI, minder solidariteit en minder zichtbaarheid in de lokale media en bij evenementen is een zorgelijke ontwikkeling. Jansen: “Daarom pleiten wij er ook voor dat POI’s meer de boer op gaan om hun boodschap te vertellen.” Ze snapt dat dat veel inzet kost. “Maar ik hoop dat POI begrijpen dat het voor de toekomst van kleinschalige hulp heel belangrijk is dat mensen – en dan met name jongere generaties – geïnspireerd worden door verhalen over ontwikkelingssamenwerking.”

De rol van de overheid en Wilde Ganzen

De overheid en organisaties als Wilde Ganzen spelen hier een belangrijke rol bij. “De overheid moet stilstaan bij de gevolgen van de afbouw van hun steun”, vindt Jansen. “Dit onderzoek kan daarbij helpen om door inzichtelijk te maken wat die gevolgen zijn. Wilde Ganzen kan POI’s nog meer ondersteunen als het gaat om wereldburgerschap. Door krachten te bundelen, mensen met elkaar in contact te brengen, ideeën uit te wisselen en bijvoorbeeld POI’s te helpen hun bijdrage aan wereldburgerschap inzichtelijk te maken.”

Sara Kinsbergen
Sara Kinsbergen

Gevolgen voor projecten?

Dit jaar krijgt het onderzoek van de Radboud Universiteit een vervolg. “In de tweede fase willen we vooral kijken naar de werkwijze van POI’s in het globale Zuiden. Hoe werken ze samen met hun lokale partner? We zijn nieuwsgierig of de Europese verschillen effect hebben op de keuzes die gemaakt worden in het Zuiden en of dit gevolgen heeft voor de duurzaamheid van de projecten.”

Europees onderzoek in de kinderschoenen

Op Europees niveau is nog nauwelijks onderzoek gedaan naar de verschillen en overeenkomsten tussen particuliere initiatieven die zich bezighouden met ontwikkelingssamenwerking. Onder leiding van Sara Kinsbergen, universitair docent Antropologie en Ontwikkelingsstudies aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, en met steun van Wilde Ganzen, is het onderzoek ‘CIGS in Europe’ opgezet. CIGS staat voor Citizen Initiatives for Global Solidarity. In de tweede fase van dit onderzoek worden naast Nederlandse, Vlaamse en Franse initiatieven ook de POI’s in Denemarken betrokken.