Durlstone

Een bloeiende school in een land vol problemen


Dit is het verhaal van Martha Westerhuis. Zij woont al bijna veertig jaar in Zimbabwe en vertelt over de grote problemen van het land. Maar ook hoe ze met passie en doorzettingsvermogen in de diepste crisis een school opzette waar nu bijna 1000 kinderen naartoe gaan.


De beginjaren

“In 1979 emigreerde ik samen met mijn man naar Zimbabwe om er een boerenbedrijf op te zetten. De eerste jaren waren goed. Wel kwamen we terecht in een land waar een burgeroorlog aan de gang was. Een angstige tijd, die grote indruk op mij heeft gemaakt. Toch voelde het goed om hier te wonen. Ik vond en vind nog steeds dat hier prachtige mensen wonen. Het klimaat is heerlijk en de weidse uitzichten prachtig. Zimbabwe is mijn thuis geworden.

Ons bedrijf groeide snel en we namen steeds meer mensen aan. Al die mensen hadden gezinnen met kinderen. Moeten die kinderen niet naar school, vroegen wij ons af. Maar de dichtstbijzijnde school was twee tot drie uur lopen. Dan ga je niet zo snel naar school. Mijn toenmalige man – hij is inmiddels overleden – vond dat we een school moesten bouwen voor de kinderen van onze werknemers. We werden daarbij geïnspireerd door onze kok Charles. Onder een contract zette hij een kruisje, in plaats van een handtekening. Hij vertelde mij hoe klein en minderwaardig hij zich voelde, omdat hij niet kon lezen en schrijven.

We begonnen met twee klaslokalen, een kantoortje en twee onderwijzershuizen. We hadden ruimte voor twintig kinderen en dachten dat dat wel genoeg was. We hadden er alleen niet op gerekend dat ook de kinderen van werknemers op andere boerderijen naar onze school kwamen. Voor we het wisten hadden we honderd kinderen! Mijn man had het ondertussen veel te druk met de boerderij, dus de school werd mijn kindje. Met de boerderijen in de omgeving heb ik afspraken gemaakt over de financiering en samen hielden we de school draaiende.

Die eerste jaren ging alles prima. Tachtig procent van al onze leerlingen slaagde voor het eindexamen dat ze aan het einde van de basisschool moeten doen. Toen kwam het jaar 2000…”

De moeilijke jaren

“Landbouw was de ruggengraat van de Zimbabwaanse economie. Maar er heerste een gevoel van onrecht. In 2000 werd een landhervormingsprogramma ingevoerd. 75 procent van ons land werd ingenomen. Door allerlei omstandigheden werd de school door de politiek overgenomen en mocht ik er niet meer komen. Het enige wat wij nog konden doen, was overleven.

Twee jaar later kwam ik voor het eerst weer terug op de school. Het was er een puinhoop. Meubilair lag in stukken, er waren geen boeken meer en de wc’s liepen over. Wel was de school enorm gegroeid. Er waren nu tachtig tot honderd kinderen per klas. Ik voelde dat ik een keuze moest maken: of de boel negeren, of de situatie oppakken en zorgen voor verbetering. Ik heb voor het laatste gekozen. Samen met familie en vrienden in Nederland zijn we geld gaan inzamelen. De eerste donaties hebben we besteed aan schoolboeken, want zonder lesmateriaal wordt het niks.

Ondertussen kregen de onderwijzers het steeds moeilijker. Ze konden nauwelijks rondkomen van het salaris dat ze van de overheid kregen. Rond 2006 vertrokken veel leraren het land uit, naar Botswana of Engeland. De leerkrachten die overbleven waren de minder goede onderwijzers. De kwaliteit van het onderwijs holde achteruit. Door de enorme inflatie kon je met je salaris steeds minder kopen. Het werd zelfs zo erg dat leraren hun salaris niet eens meer ophaalden: de prijs voor een buskaartje om naar de bank te reizen was hoger dan het salaris dat ze kregen. Als ik in de winkel een brood kocht, werd de prijs verhoogd tussen het moment dat ik van het winkelrek naar de kassa liep. En kinderen op onze school hadden zo’n ontzettende honger. Ze konden alleen nog maar gal spugen…

Zo kon het niet langer. We hebben heb ik samen met Anita Ansinger de Durlstone Foundation opgericht, waarmee we fondsen gingen werven, zodat we de leerkrachten financieel konden ondersteunen. We deelden voedselpakketten aan ze uit en we gaven kinderen pap op school.”

De ommekeer

2008 was economisch het dieptepunt. Onderwijs en landbouw lagen in heel Zimbabwe op zijn gat. De inflatie was gierend hoog, er waren lege schappen in de winkels en je moest dagen in de rij staan voor benzine. Wij kregen gelukkig steeds meer geld binnen uit fondsenwerving. We konden de onderwijzers en de kinderen van genoeg voedsel voorzien en ondertussen lukte het ons ook nog om de school uit te breiden met drie nieuwe klaslokalen. Vanaf 2010 kregen we ondersteuning van Wilde Ganzen. Dat was het begin van een langdurige samenwerking, die ook nu nog doorloopt. Ik kreeg niet alleen financiële ondersteuning, maar kon ook workshops van Wilde Ganzen volgen over projectmanagement. Daar heb ik heel wat aan gehad.

Vanaf 2010 hebben we de Durlstone school fors uitgebreid. Zo hebben we nu 19 klaslokalen, 23 accommodaties voor leraren, een computerplek en een bibliotheek. Samen met Wilde Ganzen hebben we onlangs de eerste fase van een watersysteem aangelegd. Er is een watertank geplaatst, er zijn waterleidingen aangelegd en we hebben zonnepanelen op het dak van de school gelegd. Voor kinderen die te ver van onze school wonen, hebben we een dependance gebouwd. Naar de grote school gaan nu 850 kinderen, naar de dependance 136 kinderen.

De school wordt alleen maar beter en is een voorbeeld voor de hele omgeving. In 2008 was het slagingspercentage 19 procent, nu is dat 82 procent!”

De toekomst

“Ik heb nog vele wensen. Die waterleidingen die nu zijn aangelegd, moeten nog worden doorgetrokken naar de toiletten van de school en naar de huizen van de onderwijzers. We willen graag nog meer zonnepanelen, zodat ook de bibliotheek en het computerlap niet meer getroffen worden door de vele stroomstoringen in dit land. We hebben 25 computers, ik zou dat graag willen verdubbelen, want de kinderen moeten leren om te gaan met de digitale maatschappij. Ook het terrein moet nodig worden opgeknapt. Ik ben nog wel vijf jaar bezig. En dat wil ik ook graag. Het werk geeft me zoveel voldoening! Op den duur neemt de hoofdonderwijzeres de school over en gaat dan zelfstandig verder.

De afgelopen veertig jaar hebben veel opofferingen gekost. Zimbabwe kan een wreed land zijn. Maar nooit in al die jaren heb ik gedacht: ik ga terug naar Nederland. Vaak zeiden mensen tegen mij: het wordt niets met Zimbabwe, daarom geef ik ook niks aan jullie school. Maar ieder kind dat je les kunt geven is meegenomen! Als ik me had laten afschrikken door alles wat hier in dit land is gebeurd, dan hadden we de afgelopen 37 jaar geen enkel kind kunnen leren lezen en schrijven.

Maar ik doe dit werk niet alleen! Ik ben dan ook alle donateurs en vrijwilligers die ons al die jaren ondersteund hebben, ontzettend dankbaar. Zonder heb waren we nergens. Als een groot team en door heel hard werken hebben we het voor elkaar gekregen dat leerlingen van toen, nu boeken kunnen lezen en kunnen schrijven. Ze zijn zelf onderwijzer geworden, en politieagent, verpleegster, arts en ingenieur! Nooit meer hoeven zij zich minderwaardig te voelen. Dat resultaat maakt mij enorm rijk en dat is ook waar ik voor leef. Het land verandert, mensen durven weer openlijk te praten, ze zijn opgewekter en vrijer. Zimbabwanen zijn enorm innovatief en loyaal aan elkaar. Ook al hebben ze niks, toch ondersteunen ze elkaar. Veranderingen zullen langzaam gaan, maar ik heb veel vertrouwen in de toekomst.”

Bijzondere samenwerking

“De samenwerking tussen de Durlstone Foundation en Wilde Ganzen is bijzonder, gezien de moeilijke politieke en sociaal-economische omstandigheden in Zimbabwe”, vertelt Anke Makaske van Wilde Ganzen. Als projectmedewerker van de regio Zuidelijk Afrika heeft ze veel contact met Martha, beoordeelt ze de subsidieaanvragen en geeft ze advies. “Martha heeft samen met haar team kans gezien een school op te bouwen die veel kinderen een goede basis heeft gegeven zich verder te ontwikkelen. Dit doorzettingsvermogen en de passie waarmee Martha de school in 2002 weer nieuw leven heeft ingeblazen verdient respect. Daarom is het mooi dat ze in november 2017, bij het 10-jarig jubileum van de Durlstone Foundation, beloond is met een koninklijk lintje!”