Dossier: Weeshuizen vol met kinderen die geen wees zijn

6 november 2017

Weeshuizen die vol zitten met kinderen die geen wees zijn. Organisaties die geld verdienen met ‘weeshuistoerisme’ en duizenden Nederlanders die jaarlijks naar ontwikkelingslanden reizen om kinderen te helpen, maar in feite de situatie verergeren. Stichting Upendo Daima laat zien dan het anders kan.

Opgroeien in een kinderhuis is nadelig voor de ontwikkeling van kinderen. Het bewijs van de schadelijke effecten is volgens Better Care Network Netherlands overweldigend. Veel weeshuizen worden in stand gehouden door vrijwilligers en donoren. Daarom loopt in november de campagne ‘Stop weeshuistoerisme’ (zie kader).

De stichting Upendo Daima werkt met straatkinderen in Tanzania en geeft het goede voorbeeld.  “Hereniging met de familie. Dat moet altijd het doel zijn van de opvang van kinderen”, zegt André van Strijp (69), voorzitter van Upendo Daima Nederland. In de stad Mwanza, aan het Victoriameer in Tanzania, vangt deze stichting jongens op in de leeftijd van 5 tot 15 jaar. “Er zijn organisaties die kinderen in weeshuizen stoppen, waar ze jarenlang blijven. Dat is geen goede aanpak. Wij zien dat mensen tegen betaling als vrijwilliger naar Afrika komen om in zo’n tehuis te werken. Of ze nou komen omdat ze een groot hart hebben, voor het avontuur of omdat het goed staat op je cv: wij vinden het niet in het belang van het kind.”

Blijven zoeken naar een oplossing

“Veel kinderen die op straat zwerven hebben vaak nog wel familie”, legt Van Strijp uit. “Ze zijn van huis weggelopen omdat ouders niet voor de kinderen kunnen zorgen, of omdat er ruzie is of sprake van mishandeling. De stad heeft een enorme zuigkracht, ze denken dat ze daar een beter leven op kunnen bouwen. Eénmaal in de stad is er niemand die op ze zit te wachten. De overheid doet niets. De politie pakt af en toe kinderen op. Dan komen ze in een cel terecht en na een tijdje staan ze weer op straat.”

Daar ontmoeten ze al snel andere kinderen die al langer op straat rondlopen. Van Strijp: “Ze sluiten zich aan bij straatgroepen, daar krijgen ze bescherming. Om toegang tot zo’n groep te krijgen moeten ze opdrachten uitvoeren. Ze moeten stelen, bedelen of worden seksueel misbruikt.”

Snel streetwise

“Wij proberen op straat, met maatschappelijk werkers, een band met de jongens op te bouwen. Upendo Daima bestaat al ruim twintig jaar en is in Mwanza een begrip. Kinderen weten van ons bestaan af. Als ze geholpen willen worden, krijgen ze onderdak in wat wij noemen het ‘Back Home House’. Hier krijgen ze ook medische verzorging en begeleiding. We zoeken contact met de familie en streven ernaar het kind met de familie te herenigen. Vaak lukt dat, maar het kost moeite. Je moet weten dat deze kinderen geen doetjes zijn. Om van huis weg te lopen moet je pit hebben. Ze zijn snel streetwise en vaak ook is vader of moeder blij dat het kind weg is.”

Lukt het niet om binnen drie tot zes maanden het kind terug bij de familie te krijgen, dan gaan ze naar ‘opvanghuis’ ‘Malimbe Family’, buiten de stad. Dit is geen luxe oord. De kinderen krijgen er basic opvang en ze kunnen er naar de basisschool. Ondertussen blijft Upendo Daima zoeken naar een definitieve oplossing.

Een kind hoort thuis in een gezin

Want Upendo Daima (wat ‘onvoorwaardelijke liefde’ betekent) wil geen permanente opvang voor straatkinderen zijn. “Ouders denken soms: dat is een mooie gratis kostschool. En ook hier in het westen vinden mensen het vaak een goede oplossing om een kind in zo’n opvanghuis te laten opgroeien. Maar wij zien het anders”, legt Van Strijp uit. “Wat is het beste voor een kind? Wij vinden dat een kind thuis hoort te zijn, in een gezin. Niet in een opvanghuis. Als een kind niet naar huis terug kan, gaan we kijken of we het gezin kunnen helpen om dat wel mogelijk te maken. Zo ondersteunen we ouders met het opzetten van een eigen bedrijfje of geven we ze hulp bij de opvoeding. Uiteindelijk vinden we voor de meeste kinderen een oplossing. Ook al kost dat soms meer energie en aandacht.”

Upendo Daima bestaat uit twee organisaties. De stichting in Tanzania bestaat volledig uit Tanzaniaanse medewerkers. De Nederlandse stichting ondersteunt het management met hulp bij procedures en hoe je het resultaat van deze aanpak van straatkinderen kunt meten. “Wij halen ook geld op in Nederland, samen met donateurs en sinds kort ook met Wilde Ganzen, die deelt onze visie op hulp aan straatkinderen en steunt ons bij het renoveren van een paar gebouwen. Zij hebben ons ook in contact gebracht met een organisatie in Kenia die met kinderen werkt.”

Het gaat om het welzijn van kinderen

André van Strijp ondersteunt de campagne ‘Stop weeshuistoerisme’: “Alles wat je doet moet in het belang van het kind zijn. Je moet nooit naar een Afrikaans land gaan voor eigenbelang en het kan ook nooit zo zijn dat organisaties rijk worden van vrijwilligers. Want dat gebeurt gewoon. Als we al met vrijwilligers werken, dan moeten ze bij ons zeker een jaar blijven en wat Swahili spreken. Als het niet bijdraagt aan het welzijn van een kind, werken wij er niet aan mee.”

Stop weeshuistoerisme

Veel kinderen in een weeshuis zijn geen wees, maar een product binnen een verdienmodel. Better Care Network Netherlands voert in november de campagne ‘Stop Weeshuistoerisme’. Hierin worden jongeren ontmoedigd vrijwilligerswerk te doen in een weeshuis. Via social media krijgen ze heldere informatie over de risico’s die gepaard gaan met dit soort werk en wat goede alternatieven zijn als je een bijdrage wilt leveren aan een betere wereld.
Meer info: www.stopweeshuistoerisme.nl.

 

Bron foto’s: Better Care Network, Unicef.

Meer dan een van onze projecten helpen?

Steun het werk van Wilde Ganzen