Waarom is er in dit gebied geen schoon drinkwater?

2 maart 2018

Sara Kinsbergen over hoe particuliere initiatieven het grootste effect kunnen bereiken

Het aanleggen van een waterpomp in een afgelegen gebied levert direct resultaat op: mensen hoeven niet meer iedere dag vier uur te lopen voor veilig drinkwater. Maar is het ook de oplossing voor armoedebestrijding op de lange termijn?

 

Foto: Radboud Universiteit Nijmegen
Foto: Radboud Universiteit Nijmegen

Onderzoeker Sara Kinsbergen (35) van de Radboud Universiteit van Nijmegen werkt aan een driejarig onderzoek over particuliere initiatieven. Wilde Ganzen financiert dit onderzoek, omdat wij het belangrijk vinden armoede zo effectief mogelijk aan te pakken. Tijdens het symposium rond het 60-jarig bestaan van Wilde Ganzen, eind 2017, presenteerde Kinsbergen haar eerste resultaten.

Wij leggen haar tien stellingen voor.

Stelling 1: Mensen met een kleinschalig initiatief zijn en blijven amateurs

Kinsbergen: “Nee. Amateurisme roept het beeld op van projecten die mislukken. In mijn eerdere onderzoek heb ik gezien dat het grootste deel van de opgezette kleinschalige projecten geen mislukte projecten zijn. Vandaag de dag niet en ook niet op langere termijn.”

“Er wordt wel gezegd: ‘hoe kan zo’n project ooit goed gaan?’ Ik hoor ook mensen zeggen: ‘Die mensen hebben niet de juiste opleiding, ze zijn maar één keer in Kenia geweest en de partner met wie ze samenwerken is een gewone man of vrouw zonder kennis van zaken.’ Met je gezonde verstand klinkt het heel aannemelijk dat het inderdaad niet goed zal gaan. Maar toch zie je dat ze het geplande resultaat behalen: die school wordt echt gebouwd en er gaan ook echt kinderen naartoe. Soms verbazingwekkend!”

Stelling 2: Een kleinschalig initiatief kan net zo effectief zijn als de inzet van een grote ontwikkelingsorganisatie

Sara presenteert haar onderzoeksresultaten tijdens het Symposium van Wilde Ganzen in 2017. Foto: René Nobel.

“Een moeilijke stelling. Met 30.000 euro voor een project bereik je waarschijnlijk minder mensen dan iemand die 500.000 euro te besteden heeft. Maar in verhouding kunnen particuliere initiatieven evenveel bereiken.”

“Wat ik wel zie is dat veel particuliere initiatieven zich in eerste instantie op één thema concentreren. Maar gaandeweg komt er steeds meer op hun pad. Dan willen ze naast onderwijs ook iets gaan doen met gezondheidszorg en het verhogen van inkomens. Het wordt al snel teveel om te behappen. De oplossing: focus, concentreer je op dat ene doel. Als je noden ziet onder de bevolking, probeer dan andere partijen daar op te wijzen en ga het niet allemaal zelf proberen op te lossen. Zoek samenwerking!”

Stelling 3: Armoedebestrijding op de manier van kleinschalige initiatieven heeft de toekomst

“Nee. Dat contrasteert misschien met mijn lofzang van net. Maar we zien dat particuliere initiatieven zich vooral richten op directe armoedebestrijding. ‘Vandaag de dag’ helpt het mensen. Maar de vraag is of het ook bijdraagt aan structurele veranderingen op langere termijn. Een waterpomp bouwen helpt. Maar je moet je afvragen: waarom is er in dit gebied geen schoon drinkwater? Blijkbaar is er een overheidssysteem wat niet functioneert. Organisaties zouden veel meer samen met hun lokale partners de overheid, bedrijven en bewoners op hun verantwoordelijkheden aan moeten spreken. Dat kan al op een hele subtiele manier. Organisaties die dat doen, die hebben de toekomst. Kleine stichtingen die directe armoedebestrijding combineren met systeemveranderingen op de lange termijn: daar gaat mijn hart sneller van kloppen!”

Stelling 4: De inzet van particulieren is een druppel op een gloeiende plaat

“Nee. Natuurlijk is die ene waterpomp in het licht van wereldwijde problemen een druppel. Maar als je alle projecten bij elkaar optelt dan is het veel meer dan die druppel. Wel zouden veel initiatieven van grotere betekenis kunnen zijn, zoals ik bij stelling 3 zei. Ga in gesprek met de lokale overheid. Doe dit altijd samen met de stichting waar je in het land zelf mee samenwerkt. Als je met ongeschoolde landarbeiders samenwerkt, investeer dan in deze mensen zodat ze zich kunnen organiseren en een gezamenlijk geluid kunnen laten horen richting bijvoorbeeld de lokale overheid. Wilde Ganzen heeft de Change the Game Academy opgezet, hier leren deelnemers hoe je lokaal fondsen kunt werven en hoe je de overheid aan kunt spreken op hun verantwoordelijkheid. Dat is heel waardevol. Ook al is de overheid misschien heel corrupt, dan nog kun je contact zoeken. Ik zie organisaties die trouw blijven aan hun principes en toch heel constructief samenwerken.”

Stelling 5: De gemiddelde particulier initiatiefnemer is oud en draagt geitenwollensokken

“Ze zijn in elk geval gemiddeld ouder dan ikzelf ben. En geitenwollensokken? Een paar. Gemiddeld zijn ze 55+, hoogopgeleid, gezond en vol energie. Daarin zit ook gelijk een hele moeilijke uitdaging, want deze mensen zijn moeilijk te vervangen. Vind nog maar eens mensen die 30 uur in de maand zich in willen zetten voor een stichting.”

“Een ander probleem is de zogenaamde exit strategie. Een project beginnen is vaak makkelijker dan er mee stoppen. Sommige mensen met een kleine stichting hebben slapeloze nachten van de verantwoordelijkheid: ‘Ik kan niet morgen stoppen, want dat heeft gevolgen voor veertig kinderen…’. Je moet dan ook ruim op tijd beginnen met het toewerken naar het einde van de samenwerking en met je lokale partner bespreken hoe ze de financiering willen regelen als de geldstroom uit Nederland stopt.”

Stelling 6: Bij kleine stichtingen blijft er geen geld aan de strijkstok hangen

“Jawel. En dat is maar goed ook. De organisatie die tegen mij zegt: elke euro gaat rechtstreeks in een project zitten, in ‘bakstenen’, daar geef ik geen geld aan. Ik heb veel liever een stichting die zegt: 85 cent van jouw geld gaat naar het project, 15 cent investeren we in onze lokale organisatie, in trainingen en misschien zelfs voor een vliegticket om de partner een keer naar Nederland te halen. Dat vind ik fantastisch en die organisatie krijgt mijn euro. Het opzetten van een goede boekhouding kost geld. Fondsenwerving kost geld. Wij vinden het heel snel stinken als niet al het geld rechtstreeks naar het project gaat, maar armoedebestrijding kost gewoon geld.”

Stelling 7: De houding van de donateur is van grote invloed

“Heel veel donateurs denken: ‘Ik heb 25 euro gegeven, ik wil straks wel foto’s zien van waar mijn geld concreet aan is uitgegeven. Voor veel organisaties is dat een bron van frustratie. Een donateur wil op korte termijn resultaten zien. Als je problemen bij de wortel wilt aanpakken, zul je investeringen moeten doen die op korte termijn en mogelijk ook op lange termijn veel minder zichtbaar zijn. Daarom is het belangrijk dat stichtingen hun donateurs meenemen en alles stap voor uitleggen: het probleem is complex, de politieke situatie is ingewikkeld, het kan mislukken, het kost geld en ik kan er niet altijd foto’s van maken. Je zult dan misschien donateurs kwijtraken, maar met de mensen die overblijven kun je samen die uitdaging aangaan.”

Stelling 8: Bij een kleine organisatie werkt iedereen vrijwillig

“Nee. En dat hoeft ook niet. Veel mensen werken wel vrijwillig, daar zie ik de afgelopen jaren weinig verandering in. Het betalen van salarissen vinden we vaak vies. Het is fantastisch als je je vrijwillig inzet, maar ik vind het geen schande om mensen in te huren. Hier komt ook de donateur weer om de hoek kijken, want wil die wel betalen voor salarissen? Als het je werk ten goede komt, dan is er niks om je voor te schamen. Natuurlijk geldt ook hier: je moet het wel goed uitleggen en alles aan je donateurs kunnen verantwoorden.”

Stelling 9: Projecten van particuliere initiatieven zijn altijd duurzame projecten

“Nee. Als je bedoelt: blijven projecten ook op lange termijn functioneren, dan zien we dat dat met veel projecten lukt. Maar als de vraag is: kunnen ze ook financieel zelfstandig door blijven gaan zonder steun uit Nederland, dan ligt er een grote uitdaging. En als je duurzaam ook nog eens omschrijft als een bijdrage aan veranderingen en een  directe aanpak van de wortel van de problemen, dan is dat voor veel particuliere initiatieven en hun partners nog een brug te ver.”

Stelling 10: Goede bedoelingen zijn voor een kleine organisatie belangrijker dan een professioneel plan

“Het begint altijd met goede bedoelingen. Met een passie, een wens, een drive om een probleem op te lossen. Vaak is er samen met de lokale partner een prachtig gesprek over dromen en idealen. Al snel gaat het daarna over concrete oplossingen, zoals de aanleg van die waterpomp en volgt de waan van de dag. Ik snap dat heel goed. Toch pleit ik er voor dat je af en toe teruggaat naar die droom en met je lokale partner in gesprek gaat over de koers en de doelen. Je moet van tijd tot tijd weer terug naar het grotere verhaal.”

Conclusie

“Armoedebestrijding is voor kleine organisaties een hele uitdaging. Ze hebben weinig geld, zijn vaak zwaar onderbemand, er wordt veel van ze gevraagd. Mijn advies is om regelmatig na te denken hoe je kunt zorgen voor structurele veranderingen. Denk op tijd na over hoe en wanneer je wilt stoppen en hoe de lokale partner het project dan kan voortzetten. En neem je donateurs mee, zodat hij of zij een beter begrip krijgt van de complexiteit van de problemen. Dat is de basis voor succes.”

Meer dan een van onze projecten helpen?

Steun het werk van Wilde Ganzen