Doe meer met online media!

 

Een foto op filmpje van je partner op de website, een direct mail naar je achterban om te informeren over een sponsorloop, een facebookbericht over behaalde successen. Alles wat je via het web doet om jullie achterban te betrekken valt onder online media. Je bereikt er in één klap veel mensen mee én: je partner krijgt een duidelijker stem.

De website: je visitekaartje
Mensen maken vaak voor het eerst kennis met jullie initiatief via een website. Een aansprekende en overzichtelijke website is daarom belangrijk, ook al is hij maar één of een paar pagina’s groot. Maak op de homepage in één oogopslag duidelijk wat jullie willen, wie de initiatiefnemers zijn en voor wie het initiatief bedoeld is. Dan heb je al veel gewonnen.

Homepage
Om mensen betrokken te krijgen is het goed om lokale mensen hierover meteen op de homepage te laten vertellen. Als je de partnerorganisatie zoveel mogelijk het woord geeft, krijgt de achterban een makkelijke verbinding met het project en meer inzicht in wat jullie samen proberen te bereiken. De kans dat mensen langdurig betrokken blijven, wordt hiermee groter. Foto’s en film uit het partnerland werken daarom goed, naast korte aansprekende tekstjes.

Ook belangrijk om mee te openen of ergens op de homepage te plaatsen zijn de resultaten. Met Google Maps kun je verder nog de locatie van het project aangeven. Transparant en realistisch communiceren geeft je achterban het gevoel dat zij echt bij kan dragen. Bijvoorbeeld met geld. Plaats daarom ook een duidelijke doneerknop op je website; een paar klikken en het is geregeld.

Meer tips voor een bezoekersvriendelijke website:

  • Plaats links naar social media accounts van het project en naar de nieuwsbrief.
  • Geef bezoekers ook de mogelijkheid om het project te ‘liken’ of te twitteren via knoppen op de homepage.
  • Als mensen hun e-mailadres achterlaten (andere gegevens vinden mensen meestal niet prettig), kun je ze langdurig op de hoogte houden van het project. Maak het makkelijk om op de nieuwsbrief in te schrijven, maar ook om weer uit te schrijven.
  • Zet de contactgegevens op een makkelijke plaats.
  • Vraag een (bevriende) tekstschrijver om aansprekende teksten te schrijven.

SEO, ofwel: zorg dat je website gevonden wordt!
Om te zorgen dat Google jullie website bovenaan in de zoekresultaten zet, kun je gebruik maken van Search Engine Optimization (SEO). Een aantal makkelijk toepasbare tips:

Linkbuilding: links op en naar jullie site
Hoe meer er naar je site gelinkt wordt van andere plekken op internet, hoe beter. Om meer links te realiseren kun je beginnen met zelf linken naar relevante websites die te maken hebben met onderwerpen als structurele armoedebestrijding, internationale samenwerking, onderwijs, gezondheidszorg, Millenniumdoelen, etc. Mensen komen dan ook naar jouw website als tussenstation op weg naar informatie. Anderen zijn bovendien eerder geneigd om ook een link naar jouw website te plaatsen (maar je kunt het ze natuurlijk ook gewoon vragen). Bij trefwoordgerelateerde webgidsen als ontwikkelingssamenwerking.startpagina.nl kun je je site ook aanmelden. En vergeet niet een link te plaatsen naar je partner!

Content die zorgt dat je sneller gevonden wordt
Informatie die aanspreekt wordt gedeeld en vaker bekeken. Een goed voorbeeld hiervan is Africa for Norway: zie het filmpje hieronderHet filmpje is talloze keren gedeeld en geplaatst (een zogenaamde viral) en leidde tot hilariteit, maar ook tot discussie over de beeldvorming van ontwikkelingssamenwerking. En als er over je gesproken word, doe je ertoe! Een aansprekend verhaal is dus belangrijk op je site maar ook op sociale media-accounts.


Zoekwoorden (key words) gebruiken
Als websiteadressen kern- of zoekwoorden bevatten, bijvoorbeeld ‘www.projectx.nl/armoedebestrijding-in-Gambia’, worden ze sneller gevonden. In dit geval als iemand op armoedebestrijding of Gambia zoekt. Plaats de kernwoorden ook in de inhoud en de titels van bestandsnamen van foto’s en filmpjes. Relevante woorden en termen, zoals armoedebestrijding, internationale samenwerking plaats je vooraan in de tekst. Zo snapt degene die het leest sneller waar je website over gaat en Google plaatst je hoger in de resultaten.

– Meer tips om te zorgen dat je website sneller gevonden wordt lees je op bijvoorbeeld  hier en hier.

E-mailmarketing: goedkoop en effectief
Het e-mailadres is de eerste stap naar een blijvende relatie tussen jou, het initiatief en je achterban. Schroom dan ook niet om zoveel mogelijk mensen om hun mailadres te vragen, zowel online als offline. Bewaar de adressen in een overzichtelijke database.

Digitale nieuwsbrieven
Via e-mail worden vaak digitale nieuwsbrieven verstuurd en daar is niets mis mee. De status van het project, leuke foto’s en filmpjes en behaalde resultaten kun je zo makkelijk delen. Je contacten zullen eerder gemotiveerd worden om langdurig verbonden te blijven bij het initiatief en armoedebestrijding en internationale samenwerking in het algemeen. Ook kun je via zo’n nieuwsbrief linken naar een online enquête op je site of een vraag op sociale media en zo respondenten betrekken. Overzichtelijke stukjes tekst met een leuke foto of filmpje werken het best.

Mailings
Naast de digitale algemene nieuwsbrieven kun je ook af en toe een mailing sturen naar een specifieke groep, zoals buurtbewoners die je uitnodigt om naar een door jou georganiseerd evenement te komen. Het bevordert het persoonlijke gevoel bij de doelgroep waar het om gaat. Een goede database met zoveel mogelijk gegevens van de mensen in je bestand is wel een vereiste. Mailingprogramma’s zoals Mailchimp kunnen hier uitkomst bij bieden. Het is een makkelijk programma. Je kunt zelfs zien wie wat wanneer opent en leest.

Sociale media: snel, dynamisch en interactief
Sociale media zijn niet meer weg te denken. In 2015 waren er bijvoorbeeld wereldwijd 1,32 miljard actieve gebruikers met een Facebook-account, en dat aantal neemt alleen maar toe. De kracht van sociale media is een makkelijker verbinding en uitwisseling met je Nederlandse achterban én met je partnerorganisatie. Ze zorgen voor snelle en dynamische communicatie,  anders dan bijvoorbeeld een persbericht of een fondsenwervende tekst. Let er wel op dat je nooit politiek of cultureel gevoelige informatie plaatst die je partnerorganisatie of mensen in hun omgeving zou kunnen schaden.

Een aantal kenmerken:

  • Interactie staat centraal. Probeer dus niet alleen te zenden, maar ook te luisteren en te reageren. Nodig je achterban uit te reageren door ze vragen te stellen of hun mening te vragen over een onderwerp, een verhaal of een foto.
    – Berichten en filmpjes moeten kort en krachtig zijn, anders scrollen mensen snel door.
  • Teksten ondersteund door beeld zijn aantrekkelijker voor de lezer, dus gebruik veel foto’s en filmpjes.
  • Sociale media zijn vluchtig en gaan uit van de actualiteit; zorg dus voor regelmatige updates en blijf er actief mee bezig.
  • Ook de voortgang van een project kun je met foto’s op social media heel goed laten zien. Elke maand een updatefoto zorgt dat een project en het proces ernaartoe zichtbaar zijn.
  • Sociale media bieden een uitstekende kans om ook je partnerorganisatie aan het woord te laten. Zo komt het project heel dicht bij het Nederlandse publiek. Een voorbeeld van een Facebookpagina waarin de partnerorganisatie een duidelijke rol speelt is die van Undugu Society of Kenya.

Wat je bijvoorbeeld kunt doen:

  • De sociale media-accounts van samenwerkingspartners volgen, en de meest interessante ontwikkelingen of tweets op jouw sociale media delen
  • De directeur van de partnerorganisatie vragen een regelmatige update te geven
  • Iemand interviewen die baat heeft bij het project of bij een vorig project om zo resultaten te laten zien
  • Mensen ter plekke foto’s laten nemen om de voortgang te laten zien (iedere maand een foto van de voortgang van de bouw)
  • De Nederlandse achterban rechtstreeks vragen laten stellen aan de lokale partnerorganisatie. Bijvoorbeeld één keer per kwartaal.

Kiezen uit sociale media
Het is slim om niet met alle sociale media aan de slag te gaan, maar eerst een keuze te maken. Kijk wat je ermee wilt (netwerken en kennis delen of bijvoorbeeld fondsenwerven), wie je doelgroep is (welke leeftijd, welke interesses) en hoeveel tijd je hebt.

Facebook
Facebook is een gratis sociale netwerksite waarop gebruikers hun interesses delen. Organisaties kunnen op hun eigen pagina – ‘prikbord’ (wall) – of die van anderen berichtjes plaatsen. Bijvoorbeeld over actuele ontwikkelingen in een project, zoals de vorderingen van de bouw van een school, of een tussenstand van de hoeveelheid geld die is opgehaald. Bovendien kun je mensen uitnodigen daarop reacties te geven. Dat is leuk én levert wat op:

  1. Je krijgt inzicht in wat er leeft bij jouw achterban. Welk soort berichten krijgen de meeste likes, welke vragen worden er gesteld? Daar kun je weer op inspelen door meer van dat soort berichten te posten. Je kunt zien hoe oud mensen zijn, van welk geslacht en wat hen interesseert.
  2. Je kunt mensen op een andere manier betrokken houden bij je project. Vraag bijvoorbeeld eens wie er nog een goedkope copyshop weet of wie er een paar uur bij jouw kraam wil staan op Koningsdag. Zo betrek je mensen persoonlijk.
  3. Als mensen op je berichten reageren, ze liken of delen, zien ook hun vrienden en familie dat. Zo creëer je een groter bereik en naamsbekendheid. Andersom helpt het ook als je zelf berichten leuk vindt. Zo bevorder je de interactie en worden jij en jouw project vaker genoemd.
  4. Je spreekt meerdere mensen tegelijk aan en kunt ze snel oproepen om iets voor je te doen. Bijvoorbeeld petities tekenen voor eerlijke handelsverdragen als je actief bent in Bangladesh, mensen oproepen om alleen maar eerlijke cacao te nuttigen als je actief bent in Ghana, etc.

Twitter
Met de gratis sociale netwerksite Twitter verstuur je korte berichtjes van maximaal 140 tekens. Je kunt mensen of organisaties volgen die zich overal ter wereld bevinden en wellicht interessante informatie hebben. Twitter is in beginsel een conversatienetwerk. Bedenk goed dat je snel moet reageren. Het is echt een dialoog, met zeer korte berichtjes, dus minder geschikt om van alles over een project te vertellen.

Een goede manier om met Twitter te beginnen is door organisaties, vrienden en personen te volgen. Als jij iemand volgt, verschijnt elk bericht dat degene post op jouw ‘timeline’. Zo stel je jouw eigen berichtenstroom samen van interessante informatie. Als je interessante inhoud post, zullen mensen jou ook (terug) gaan volgen. Zo bouw je dus aan je netwerk. Door een # (hashtag) aan een onderwerp toe te voegen in je ‘tweets’ zorg je dat mensen die op dit woord zoeken bij je terecht komen. Bijvoorbeeld #WildeGanzen.

LinkedIn
LinkedIn is een zakelijke netwerksite gericht op professionals. Voor fondsenwerving bij particulieren is het minder interessant. De site is vooral bedoeld om te netwerken en om in groepen kennis en expertise uit te wisselen. Door te ‘linken’ bouw je een virtueel netwerk op. Als je actief bent in groepen profileer je jezelf en leer je anderen kennen die mogelijk interessant voor het project zijn.  Zoals mensen in de (lokale) politiek, experts op voor jou relevante thema’s of bevlogen mensen die vrijwilligers kunnen worden. Ook kun je in contact blijven met mensen die je ontmoet hebt tijdens bijeenkomsten.

Een paar concrete tips voor effectief LinkedIn-gebruik zijn: upload een prikkelende foto, schrijf een duidelijke professionele headline, vraag om aanbevelingen (recommendations) bij je LinkedIn-contacten, gebruik de status-update om ‘in the picture’ te blijven, meld je aan bij groepen die voor jou relevant zijn en gebruik ‘Network Statistics’ om je netwerk te analyseren.

Crossmediaal: e-mail, website en sociale media aan elkaar linken
In alle online communicatie-uitingen kun je linken naar je andere online middelen. Bijvoorbeeld onder aan je e-mails: plaats in je handtekening het adres van je website en de icoontjes voor sociale media. Zo kan men er meteen op doorklikken. Dat geldt uiteraard ook voor nieuwsbrieven en andere online uitingen. Op visitekaartjes en folders kun je deze informatie uiteraard ook plaatsen.

Als je een digitale nieuwsbrief verzendt, laat dit dan ook weten via sociale media en je website. Zo zijn er meerdere contactmomenten mogelijk die uiteindelijk allemaal leiden naar je website en het initiatief dat je ondersteunt.

Online adverteren
Online adverteren kost geld en misschien denk je hier niet meteen aan. Toch zijn ook hier mogelijkheden. Programma’s zoals Google Adwords zijn er voor het adverteren in zoekmachines. Als je een bepaalde term zoekt, zie je meestal als bovenste bericht een advertentie staan. Deze plek is door een organisatie ingekocht. Als je een officieel geregistreerd goed doel bent en in het bezit bent van een ANBI-verklaring, maak je misschien kans op een ‘Google Grants’ account. Dit is een versie van Adwords, special voor goede doelen, waarvoor Google een budget van 10.000 dollar per maand beschikbaar stelt. Een nadeel is dat je maar een x aantal bedrag (2 dollar) per doorklik kan inzetten, waardoor je advertentie vaak niet prominent op de zoekpagina’s komt.

Monitoren met Google Analytics: wat werkt het best?
Serieus aan de slag met online media? Dan is het erg nuttig om te weten wie en wanneer je website, sociale mediapagina’s en nieuwsbrieven bezoeken en lezen. Met Google Analytics kun je veel achterhalen. Bijvoorbeeld het aantal dagelijkse bezoekers op je site, wie er komen en waar deze mensen vlak daarvoor waren op internet. Maar ook: welke zoektermen er worden gebruikt? Waar woont je doelgroep? Welke informatie vindt men interessant? Waar klikt men op door? Waarop en wanneer wordt er het meeste gedoneerd? Met een code in de html-code van je website kan Google Analytics dit allemaal achterhalen. Met behulp van de data leer je je doelgroep kennen, wordt duidelijk of je website bezocht wordt en wanneer mensen afhaken.

Meer weten? Op MKB Servicedesk vind je een stappenplan voor Google Analytics.