Prachtige zijde brengt dorpen tot bloei

Hoe mooi is het als je na ruim dertig jaar afscheid kan nemen van je ontwikkelingsproject, wetende dat de mensen zich daar nu prima kunnen redden. Dat is het verhaal van Lea Laarakker (71) en haar stichting Ban Reng Khai. “Ik ben zo trots op hoe het gebied zich heeft ontwikkeld.”

“Begin dit jaar ben ik ‘met pensioen’ gegaan als vrijwilliger”, vertelt Lea. Ze begon in Thailand een ontwikkelingsprogramma rond het maken en verkopen van zijde. Het laatste project was de aanleg van een voorraad zijde in de dorpen Ban Reng Khai en Ban Ta Too, in het noordoosten van Thailand. Hiervan profiteren 73 weefsters en hun familieleden.

Trainingen

“In 1985 ging mijn man voor zijn werk naar Thailand. Ik ging mee, maar was helemaal geen persoon die de hele dag gaat golfen en genieten van het expatbestaan. Als textielspecialist lag mijn interesse bij zijde, en in Thailand bestaat een eeuwenoude cultuur van zijde maken. Onder jonge generaties was de kennis hiervan grotendeels verloren gegaan. Dat komt mede door de langdurige droogte, waardoor er weinig moerbeibomen meer zijn. De zijderups voedt zich met de bladeren van deze boom. Samen met bewoners uit twaalf omringende dorpen zijn we daarom eerst begonnen met het planten van bomen, en later kwamen er trainingen voor vrouwen in het weven en verven van zijde.”

Project in het kort

  • Ban Reng Khai en Ban Ta Too, Thailand
  • Hiermee zijn 73 mensen geholpen
  • Dorpen komen tot bloei
  • Werkgelegenheid
  • Totaal kosten van dit project : € 15.000,00
  • Project nr : 2015.0162
Eén van die vrouwen die meedeed is Riam. “Ze heeft drie jaar lagere school gehad. Toen haar vader overleed stuurde haar moeder haar naar Bangkok, 600 kilometer lopen verderop, om werk te zoeken. Maar Riam had zoveel heimwee dat ze na twee maanden weer terugkeerde naar haar dorp. Ze wilde graag meedoen met ons project en is nu de leidster van de groep. Haar zoon kon daardoor naar school: hij is inmiddels technisch ingenieur en haar dochter is onderwijzer. Prachtig om te zien hoe in dertig jaar tijd de dorpen tot bloei zijn gekomen. Jongeren keren weer terug, er komt meer industrie en er is in de buurt zelfs een ziekenhuis gebouwd.”

Zelfstandig verder

In beide dorpen is een actieve weefindustrie ontstaan. “De vrouwen kunnen zelfstandig verder. Elk dorp heeft een lokale projectleider, ze hebben een bestuur aangesteld en de teams werken samen in een coöperatie. Het studiefonds Learning 4 Living, dat we hebben opgericht om onderwijs mogelijk te maken voor de kinderen van de weefsters, loopt nog door. Ik ben ontzettend trots op de enorme ontwikkeling van het gebied. Vrouwen weven nu de mooiste zijde en halen inkomsten binnen waar de hele gemeenschap van profiteert.”

Dit project is succesvol gerealiseerd