Lokaal fondsenwerven? Vijf tips van een Ethiopische dorpsgemeenschap 

Door Esly van Dam

Adviseur Projecten

Esly is gespecialiseerd in vrijwilligerswerk. Ze gaat graag met particuliere initiatieven en hun partners in gesprek over lokaal eigenaarschap en hoe organisaties samenwerken.

Meer van Esly Esly van Dam

‘If it is dear and near to them, the community can raise a lot of money’. Yehalem Abebe, directeur van Partners in Education Ethiopia is heel stellig. Natuurlijk kunnen dorpsgemeenschappen bijdragen aan projecten. Als ze het maar belangrijk genoeg vinden! 

Yehalem weet waar hij over praat. Zijn organisatie ondersteunt, vaak samen met het Nederlandse particulier initiatief Interkerkelijke Stichting Ethiopië/Eritrea of met Stichting Wondem, dorpsgemeenschappen met het opstarten of opknappen van scholen. Het uitgangspunt is dat de gemeenschap gemiddeld 70% van de kosten zelf draagt. Mijn collega Linda en ik bezochten tijdens onze dienstreis drie scholen waar de gemeenschappen (binnen twee maanden) 40.000 tot 100.000 euro inzamelden voor hun school.

Hoe ze dat doen? Vijf tips van de dorpsbewoners:

  1. Zorg voor betrokkenheid en laat de nood zien. Nodig iedereen uit om het probleem te ervaren en benadruk dat we dit zelf kunnen oplossen. Maak het het probleem van iedereen en maak ook iedereen deel van de oplossing. Wanneer iedereen ervan overtuigd is dat er iets aan gedaan kan en moet worden, zullen mensen graag bereid zijn iets bij te dragen. En willen mensen niet bijdragen, denk er dan over na of dit project wel echt aansluit op de wensen en behoeften van de doelgroep.
  2. Wees transparant. Vorm een comité met mensen die breed worden vertrouwd, open een bankrekening waar je al het geld op verzamelt en waar je iedereen inzage in kan geven. En, geef een bonnetje uit als iemand geld geeft. Naast een comité in het dorp zelf, kan het ook zinvol zijn om een sub-comité te hebben in de hoofdstad, in de stad vlakbij of bijvoorbeeld in Amerika. Zij kunnen dan de mensen benaderen die daarheen zijn verhuisd maar een historische band met het dorp hebben.
  3. Maatwerk is belangrijk. Gebruik bijvoorbeeld de oude registers van de school om vast te stellen wie er allemaal om een bijdrage gevraagd kan worden. Bedenk per persoon hoeveel geld je kan vragen, en hoe je dat gaat doen. Wie vraag je 5 euro of juist 500 euro? Hoe ga je het aanpakken? Een appje van zijn broer die nog in het dorp woont? Moet er iemand op bezoek gaan om alles nog beter uit te leggen en dan om een bijdrage te vragen? Nodig je iemand uit op de school?
  4. Ga uit van wat je wél hebt. In veel dorpen is er niet veel geld. Maar wat is er wel? De scholen die wij bezochten organiseerden bijvoorbeeld een bazaar. De dorpelingen brachten daarbij bijvoorbeeld een ezel of een gouden ketting in om te veilen. Als kopers werden niet alleen mensen uit het dorp uitgenodigd, maar ook rijkere boeren uit de regio, mensen die zijn vertrokken naar de steden, relaties vanuit de lokale overheid enzovoorts. En dit werkt! In een van de scholen kocht iemand een ezel om hem meteen weer af te staan om opnieuw te laten veilen. ‘If it is dear and near to them…’ zou Yehalem zeggen.
  5. Kijk naar wat de overheid kan doen. Gaat het om de bouw van een school? Zorg er dan voor dat de overheid de school wil erkennen en de leerkrachten wil gaan betalen voordat je begint. Maar ook op andere vlakken kan de overheid helpen. Ambtenaren kunnen hun netwerken inzetten om mensen uit te nodigen voor fondswervingsactiviteiten. Een ander voorbeeld is een gemeenschap die een stuk gemeenschapsland (overheidseigendom) mocht verkopen en de opbrengst kon besteden aan de school.

Wil jouw partner ook meer leren over lokaal fondsenwerven? Via Change the Game Academy kunnen ze een gratis training lokale fondswerving volgen.

Tip; doe de online training samen! Spreek bijvoorbeeld samen af om voor 1 januari module 1 te volgen en spreek af via Whatsapp of Zoom om alles door te spreken. Uit onderzoek blijkt dat interesse vanuit Nederland of België veel positieve invloed heeft op de resultaten van de lokale fondswerving.